Gabbi Wierenga (54) is de vrouw achter Stichting Vesta in den Bosch, die opvang biedt aan gevluchte vrouwen met hun kinderen, de meesten uitgeprocedeerd. Gabbi onderhoudt hen, voert procedures, zorgt voor medische hulp als dat nodig is en voelt zich rijk met ‘haar’ gemeenschap. Daarnaast staat ze nog veel voormalige bewoners van Vesta bij, met raad, hulp en geld. Materieel is het ‘overleven’. ‘Ik heb het absolute minimum, dus ik moet elke dag oplossingen zoeken om voldoende eten, drinken en dagelijkse benodigdheden te hebben.’ Een weldoener betaalt de huur van de woningen, brood (van de vorige dag) wordt gebracht door La Place en voor de nodige medische zorg voor de vrouwen en kinderen kan ze gratis aankloppen in het ziekenhuis. Een aantal vrouwen krijgt eten van de voedselbank. Stichting Vesta krijgt bovendien giften, maar die zijn niet kostendekkend. In het achterhuis is geen gas en elektra, daar is geen geld voor.

Gabbi leeft voor de mensen die ze opvangt (‘Vrouwen en kinderen horen niet op straat.’) en hoeft niets meer voor zichzelf, zegt ze. Ze doet dat al bijna 30 jaar. De situatie is wel moeilijker geworden dan vroeger. Sinds de laatste pardonregeling voor uitgeprocedeerde asielzoekers, in 2005, is de toon verhard en het lokaal gedogen minder. Gabbi werkt zich ‘een slag in de rondte’ voor haar mensen, zegt ze en houdt zich verder gedeisd. Die stilte heeft een prijs: er komen nauwelijks donaties meer binnen. Voor een baan heeft ze geen tijd, op overheidssteun geen recht. Hoewel hulporganisaties, maar ook politiemensen uit het hele land haar weten te vinden als onderdak voor uitgeprocedeerde vluchtelingen nodig is, krijgt ze geen vergoeding. Gabbi moet zichzelf en al haar huisgenoten onderhouden. ‘Vluchtelingen hebben geen recht op onderdak, mogen niet werken en krijgen ook geen geld. De vrouwen hier hebben niet eens bestaansrecht.’ Vanwege schulden, betalingsachterstanden voor energie en de ziekteverzekering,kwamen geregeld deurwaarders aan huis. Daarom heeft Gabbi alles wat ze had verkocht. ‘Nu heb ik niets meer om me druk over te maken.’

Haar voornaamste bron van inkomsten is de verkoop van verzamelde spullen, ingekochte sieraden, antiek en kunstvoorwerpen. Gabbi: ‘Ik ga naar de veiling en rommelmarkten, koop op en verkoop zondags op de markt. Ook wat mensen aan spullen komen brengen, probeer ik te verkopen.’ Bij de KvK is ze ingeschreven als kleine zelfstandige.

Volgend jaar augustus is Gabbi, ooit begonnen in de kinder- en jeugdzorg, 30 jaar ‘in bedrijf’. Ze wil dat vieren maar de opvang ook langzaamaan overdragen. ‘Ik wil een boek gaan schrijven.’ Een opvolgmoeder is al in beeld. Zonder leven vol vluchtelingen kan ‘ik weer ik worden’, aldus Gabbi.